Spring naar inhoud

Scholen verschillen van elkaar. Ze geven niet allemaal op dezelfde manier les. En er is nog een belangrijk verschil. Scholen zijn openbaar óf bijzonder.

De manier van lesgeven (onderwijskundige aanpak)
Scholen mogen zelf bepalen hoe ze les geven. Ze kiezen hun eigen aanpak. Alle scholen kijken goed naar de ontwikkeling van uw kind. Ze passen hun onderwijs daarop aan. Maar op de ene school werken kinderen bijvoorbeeld meer in kleine groepen dan op de andere. Ook de samenstelling van de groepjes verschilt. Hieronder staan enkele voorbeelden van soorten onderwijs. Veel scholen gebruiken verschillende werkvormen uit deze onderwijssoorten.

Dalton
Het daltononderwijs leert kinderen om te gaan met vrijheid en met keuzes. Ook samenwerken is belangrijk. Leerlingen bepalen voor een deel zelf aan welke taken ze werken, en wanneer. Van groep 3 t/m 8 blijven kinderen van dezelfde leeftijd meestal bij elkaar.

Bekijk hier de daltonscholen voor basisonderwijs.

Montessori
Het montessorionderwijs gaat uit van de mogelijkheden van het kind. De leerkracht kijkt wat het kind nodig heeft. Hij geeft opdrachten die daarbij passen. Kinderen van verschillende leeftijden zitten met elkaar in een groep (een combinatiegroep). Op veel montessorischolen worden de groepen één keer in de twee jaar vernieuwd.

Bekijk hier de montessorischolen voor basisonderwijs.

Jenaplan
Op een jenaplanschool is de groep heel belangrijk. Kinderen  leren samen spelen én werken. Ze leren om te gaan met elkaars verschillen. Zelfstandigheid is ook belangrijk. Leerlingen van verschillende leeftijden zitten samen in een stamgroep. Ze voeren op vaste tijden gesprekken (in kringen). Ook zijn er vieringen: de opening en afsluiting van de week bijvoorbeeld.

Den Haag heeft geen jenaplanschool voor basisonderwijs.

Vrije school
De vrije school heeft een heel eigen aanpak. Het onderwijs gaat uit van de antroposofie. Dat is een levenshouding die is ontwikkeld door de filosoof en opvoedkundige Rudolf Steiner. Op de vrije school leren kinderen met het hoofd, het hart en hun handen. Naast de verplichte vakken is er veel aandacht voor kunst, creativiteit en voor werken met de handen (ambachten).

Den Haag heeft twee vrije scholen in het basisonderwijs.

Openbare en bijzondere scholen
‘Openbaar’ betekent: gestart door de overheid. ‘Bijzonder’ betekent: gestart door particulieren, vaak vanuit een bepaald geloof of een levensbeschouwing. Een openbare school laat elk kind toe als er voldoende plaats is. Een bijzondere school kan een kind weigeren als de ouders het niet eens zijn met de overtuiging van de school. In de praktijk gebeurt dit bijna niet. Op de meeste Haagse basisscholen (en ook middelbare scholen) zijn kinderen van elke achtergrond welkom. De rijksoverheid betaalt het openbaar én het bijzonder onderwijs. De overheid controleert ook de kwaliteit. Bijzondere en openbare scholen kunnen dezelfde onderwijskundige  aanpak kiezen. Zo kan een montessorischool bijzonder zijn óf openbaar.

Den Haag heeft 54 openbare basisscholen en ruim 90 bijzondere basisscholen. Bijzondere scholen zijn bijvoorbeeld rooms-katholiek, protestants-christelijk, islamitisch of hindoeïstisch. Er zijn ook algemeen bijzondere scholen. Deze zijn gestart door particulieren, maar gaan niet uit van een geloof of levensbeschouwing. Zij gaan bijvoorbeeld uit van een visie op opvoeden.

Internationaal onderwijs
Den Haag heeft ook verschillende scholen die internationaal onderwijs bieden. Dit onderwijs is voor kinderen die met hun ouders regelmatig in het buitenland verblijven (of van plan zijn naar het buitenland  te gaan).

Op de website van de gemeente Den Haag vindt u meer informatie over internationaal onderwijs.

Speciaal (basis)onderwijs
Sommige kinderen hebben extra begeleiding en ondersteuning nodig hebben. De leerkrachten op de basisschool kunnen extra hulp geven. Soms is dat niet voldoende. Een leerkracht kan anderen inschakelen voor de begeleiding van uw kind. De basisschool probeert altijd eerst het kind op de eigen school te helpen. Is dat niet mogelijk, dan zijn er ook speciale basisscholen. Kinderen die moeite hebben met leren of met hun gedrag kunnen naar het speciaal (basis)onderwijs. Er zijn ook speciale scholen voor kinderen met een beperking  (verstandelijk of lichamelijk).

Bekijk hier de scholen voor speciaal onderwijs en speciaal basisonderwijs.