Spring naar inhoud

In de regio Den Haag zijn er meer dan 60 middelbare scholen. Er zijn verschillen in de soorten scholen en in de niveaus. Zo is er voor elk kind wel een school te vinden, die goed past bij wat het kan.

Startkwalificatie
Leerlingen moeten verplicht naar school totdat ze 16 jaar oud zijn. Daarna hoeven ze niet meer naar school, mits ze een startkwalificatie hebben. Een startkwalificatie is een diploma vwo, havo of mbo (niveau 2, 3 of 4). Een vmbo-diploma biedt geen startkwalificatie. Als een leerling geen startkwalificatie heeft, dan moet hij die proberen te halen, totdat hij 18 is. Dat mag door te werken én te leren.

Vmbo
Leerlingen in het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) leren voor een beroep. De opleiding duurt 4 jaar. Er zijn 4 niveaus of leerwegen. Welke leerweg het beste past bij uw kind hangt af van zijn of haar interesse. En ook van wat het kan.

Met het vmbo-diploma kunnen leerlingen via de theoretische of gemengde leerweg doorstromen naar de havo. En ze kunnen met het diploma naar het mbo. Ook het mbo heeft verschillende niveaus of leerwegen.

Basisberoepsgerichte leerweg (vmbo-b)
Voor jongeren die het liefste leren in de praktijk, dus door te doen. Met het diploma kunnen ze naar een mbo-opleiding op niveau 2.

Kaderberoepsgerichte leerweg (vmbo-k)
Voor jongeren die willen leren in de praktijk én uit boeken. Met het diploma kunnen ze naar een mbo-opleiding op niveau 3 of 4.

Gemengde leerweg (wordt weinig aangeboden in Den Haag)
Voor wie weinig moeite heeft met leren, maar ook een beroep wil kiezen. Met het diploma kan de leerling naar een mbo-opleiding op niveau 3 of 4.

Theoretische leerweg (vmbo-t, ook wel: de mavo)
Voor leerlingen die het liefst uit boeken leren en nog geen beroepsopleiding willen kiezen. Met het diploma kunnen ze naar een mbo-opleiding op niveau 3 of 4. Deze leerlingen kunnen ook verder leren op de havo.

Leerlingen in het vmbo krijgen in de eerste twee leerjaren (de onderbouw) algemene vakken. Bijvoorbeeld Nederlands, rekenen/wiskunde en Engels. Aan het einde van het tweede leerjaar kiezen ze een sector. In de theoretische leerweg gebeurt dit ook wel aan het einde van klas 3. Leerlingen kunnen kiezen uit de sectoren: zorg & welzijn, economie, techniek of landbouw. Leerlingen krijgen vakken die passen bij beroepen uit die sector. Ook lopen ze stages bij bedrijven.

Leerwegondersteunend onderwijs (lwoo)
Voor leerlingen die extra hulp nodig hebben, is er leerwegondersteunend onderwijs (lwoo). De leerlingen volgen het gewone vmbo-programma, maar daarbij zijn er aanpassingen gemaakt in bijvoorbeeld de lesstof en de aanpak. Ze zitten vaak in kleinere klassen.

Het vakcollege
Leerlingen die liever leren in de praktijk kunnen naar een vakcollege. Hier worden vmbo en mbo in één geboden. In zes jaar tijd halen de leerlingen het diploma vmbo én mbo (niveau 2 of 3). Dat is in veel gevallen sneller dan als ze de opleidingen achter elkaar volgen.

Leerlingen van het vakcollege krijgen veel praktijklessen op school en volgen stages. In het eerste jaar lopen ze stage in de school, daarna bij bedrijven. De leerlingen krijgen ook theorievakken. Dat zijn dezelfde als op het vmbo, namelijk Nederlands, Engels, wiskunde en economie. Soms ook natuurkunde. Daarnaast kiezen ze een sector:

  • horeca
  • techniek
  • zorg

In Den Haag zijn er vakcolleges voor horeca en techniek. Het vakcollege leidt leerlingen op voor een beroep, bijvoorbeeld fietsenmaker, installateur, kok of gastheer/gastvrouw in een restaurant. Leerlingen die van het vakcollege afkomen, kunnen gaan werken of naar het mbo, niveau 3 of 4. Meer informatie over de vakcolleges vindt u via:

Havo
De havo duurt vijf jaar. De eerste drie jaren zijn voor iedereen gelijk. Daarna kiezen leerlingen een ‘profiel’. Een profiel is een verzameling vakken. Vaak is bij een vervolgopleiding een bepaald profiel vereist. Leerlingen kunnen kiezen uit een van de volgende profielen:

  • cultuur & maatschappij
  • economie & maatschappij
  • natuur & gezondheid
  • natuur & techniek

Met een havo-diploma kan een leerling naar het hoger beroepsonderwijs (hbo). Hij kan ook naar de vijfde klas van het vwo.

Vwo
Het vwo duurt zes jaar. Leerlingen kiezen uit het atheneum  of het gymnasium. Wie gymnasium doet, krijgt Grieks en Latijn. De andere vakken zijn hetzelfde. Ook in het vwo kiezen leerlingen na het derde jaar een profiel. De profielen hebben dezelfde namen als die van de havo. Met het vwo-diploma kan een leerling naar de universiteit of naar het hbo.

Praktijkonderwijs
Leerlingen die waarschijnlijk geen vmbo-diploma kunnen halen, gaan naar het praktijkonderwijs. Hier kunnen ze het Haags Praktijkschooldiploma halen. De leerlingen werken aan hun sterke kanten. Ze krijgen onderwijs op maat. Er zijn theorie-  en praktijkvakken. Leerlingen kunnen kiezen uit vijf beroepsprofielen. Dit zijn:

  • techniek
  • zorg & welzijn
  • horeca
  • dienstverlening
  • groen (op sommige praktijkscholen)

Leerlingen leren zelfstandig te leven en werken. Ongeveer de helft gaat na de praktijkschool naar het mbo. De andere helft gaat aan het werk. Soms met begeleiding.

Voortgezet speciaal onderwijs
Er zijn speciale middelbare scholen voor jongeren met gedragsproblemen of die moeite hebben met leren kunnen naar het voortgezet speciaal onderwijs.