Spring naar inhoud

Scholen bepalen zelf hoe ze de lessen invullen. Ze moeten wel streven naar de kerndoelen uit de wet. Daarin staat wat een leerling na de eerste leerjaren moet weten van een vak.

Kerndoelen
Scholen bepalen zelf hoe ze de kerndoelen uitwerken. Ze kunnen aparte vakken geven. Maar ze kunnen ook vakken samen nemen. Zo ontstaat er een ‘leergebied’. Leerlingen krijgen dan bijvoorbeeld het leergebied ‘mens en maatschappij’ in plaats van de vakken geschiedenis en aardrijkskunde. Zo kan een school de overeenkomsten laten zien tussen onderwerpen van geschiedenis en aardrijkskunde.

Scholen moeten een vast deel van de tijd in de onderbouw  (de eerste leerjaren) besteden aan de kerndoelen. De rest van de tijd kunnen ze zelf invullen. Welke vakken een leerling precies krijgt, verschilt dus per school. De vakken staan in de schoolgids.

De verplichte kerndoelen  zorgen er voor dat leerlingen in het hele land hetzelfde leren. Alleen de manier waarop kan verschillen. Scholen kunnen op deze manier hun lessen aanpassen aan wat hun leerlingen  kunnen. En aan hoe ze het beste leren. Hieronder vindt u een overzicht van wat leerlingen  in het vmbo en in havo/vwo in elk geval leren.

Onderbouw vmbo
In de onderbouw van het vmbo (klas 1 en 2) krijgen alle leerlingen in elk geval Nederlands, Engels en wiskunde/rekenen. Daarnaast krijgen leerlingen geschiedenis, aardrijkskunde en biologie. Die vakken krijgen ze apart, of samengevoegd als leergebied. Ook worden er vaak meerdere  moderne vreemde talen aangeboden, zoals Frans en Duits. Verder biedt de school beeldende vorming (tekenen, handvaardigheid), muziek en lichamelijke opvoeding. Welke vakken leerlingen nog meer krijgen, verschilt per school.

Bovenbouw vmbo
Ook in de bovenbouw van het vmbo (klas 3 en 4) krijgen alle vmbo-leerlingen gemeenschappelijke vakken. Het gaat om Nederlands, Engels en maatschappijleer. Daarnaast  krijgen ze ‘sectorvakken’. Dit zijn vakken die horen bij de beroepssector die leerlingen kiezen. Welke sector ze kunnen kiezen, hangt af van de school. Vmbo-scholen hebben één of meer van de volgende sectoren:

  • zorg & welzijn
  • economie
  • techniek
  • landbouw

Welke vakken er verder precies worden aangeboden, bepaalt de school. Vaak kunnen leerlingen zich binnen een sector verder specialiseren. Binnen techniek kunnen ze bijvoorbeeld kiezen voor voertuigtechniek of voor bouwtechniek. En binnen zorg & welzijn voor uiterlijke verzorging of voor sport & dienstverlening.

Leerlingen die de theoretische leerweg volgen, kiezen ook een sector. Zij doen eindexamen in algemene vakken, die passen bij die sector.

Loopbaanoriëntatie en stages in het vmbo
Vmbo-leerlingen kunnen kennismaken met beroepen. Dit heet ‘loopbaanoriëntatie’. Leerlingen bezoeken bijvoorbeeld bedrijven. Daardoor kunnen ze beter kiezen voor een vervolgopleiding.

Daarnaast lopen vmbo-leerlingen stages bij bedrijven. Zo doen ze werkervaring op.

Informatie over beroepen, opleidingen en stages in de regio Haaglanden is te vinden via www.bekijkjetoekomstnu.nl.

Leerwerktraject in basisberoepsgerichte leerweg
Leerlingen in de basisberoepsgerichte leerweg kunnen soms een leerwerktraject volgen. Ze krijgen een deel van het onderwijs in een bedrijf. Niet alle vmbo-scholen bieden dit aan.

Onderbouw havo en vwo
In klas 1, 2 en 3 van havo en vwo krijgen alle leerlingen Nederlands, Engels en wiskunde. Daarnaast krijgen ze de volgende vakken apart óf als leergebied: geschiedenis, aardrijkskunde, biologie, natuurkunde en scheikunde. Ook zijn minimaal twee moderne vreemde talen verplicht. Op het gymnasium krijgen leerlingen ook Grieks en Latijn. Verder bieden scholen beeldende vorming (tekenen, handvaardigheid), muziek en lichamelijke opvoeding. Welke vakken leerlingen nog meer krijgen, hangt af van de school.

Bovenbouw havo en vwo
In de bovenbouw (klas 4 en 5 havo en klas 4, 5, en 6 vwo) kunnen leerlingen kiezen uit vier profielen. Een profiel is een vakkenpakket dat de leerling voorbereidt op vergelijkbare opleidingen in het hbo of aan de universiteit. Er zijn vier profielen:

  • cultuur & maatschappij
  • economie & maatschappij
  • natuur & gezondheid
  • natuur & techniek

Een profiel bestaat uit verplichte vakken, die voor alle profielen gelijk zijn. Daarnaast zijn er vakken die horen bij het profiel. Tot slot is er een vrij deel: leerlingen kunnen hiervoor zelf kiezen welke vakken ze volgen.

In het vrije deel kunnen scholen extra aandacht besteden aan bijvoorbeeld Nederlands, wiskunde, kunstvakken of sport. Een school kan ook kiezen voor andere moderne vreemde talen zoals Spaans. Sommige scholen geven godsdienstles in de vrije ruimte. Of ze geven extra begeleiding aan leerlingen.

Maatschappelijke stage
Scholen kunnen er voor kiezen om hun leerlingen een maatschappelijke stage te laten lopen. Leerlingen doen dan dertig uur vrijwilligerswerk bij bijvoorbeeld een vrijwilligersorganisatie, vereniging of instelling.

Culturele uitstapjes, werkweken en reizen
Veel scholen nemen hun leerlingen binnen lestijd mee naar musea of theatervoorstellingen. Ook gaan ze regelmatig een paar dagen op reis met de leerlingen. Soms in het binnenland,  soms naar het buitenland. Wat scholen precies doen op dit gebied, kunt u terugvinden in de schoolgids van de school.

Sport
Scholen doen vaak mee aan sportactiviteiten (buiten de gymnastieklessen). Ze organiseren  ze zelf. Of ze doen mee aan wedstrijden die de gemeente Den Haag organiseert met sportverenigingen.

Hier vindt u de scholen die speciale sportklassen hebben.