Spring naar inhoud

Sommige kinderen leren sneller dan anderen. En andere kinderen hebben meer hulp nodig bij het leren. Bij de keuze voor een school is het belangrijk om na te vragen wat een school op dit gebied kan bieden.

Moeite met leren
Het is belangrijk om een school te kiezen die past bij de manier van leren en het leertempo van uw kind. Als er specifieke leerproblemen zijn, weet u dat vaak al als uw kind nog op de basisschool zit. U kunt hier dan rekening mee houden bij het zoeken naar de juiste school. Tijdens open dagen op scholen kunt u ook vragen hoe ze op een school met leerproblemen omgaan.

Soms heeft een kind geen specifieke problemen, maar gaat het leren in de eerste maanden op de nieuwe school toch niet goed. Dat hoeft niet veel te betekenen. Sommige kinderen moeten ‘het leren nog leren’. Alles is nieuw: het huiswerk, de lesstof, de toetsen, de klas en de leraren. Leerlingen hebben tijd nodig om hieraan te wennen.

Dyslexie of dyscalculie
Blijft uw kind moeite houden met lezen of spellen? Dan zou er sprake kunnen zijn van dyslexie. Bij kinderen met dyslexie gaat het lezen en schrijven niet automatisch. Ze halen klanken door elkaar, draaien letters om en stotteren bij het lezen. Bij langdurige problemen met rekenen, zou het kunnen zijn dat uw kind dyscalculie heeft. Kinderen  met dyscalculie kunnen niet goed leren optellen, aftrekken, delen en vermenigvuldigen.

Omdat veel kinderen moeite hebben met lezen, spellen of rekenen, is het niet makkelijk om dyslexie of dyscalculie vast te stellen. Een deskundige moet dit doen. Vermoedt u dat uw kind ernstige lees- of rekenproblemen heeft? Praat dan met de leerkracht of mentor van uw kind. Vraag of verder onderzoek nodig is.

Als vastgesteld is dat uw kind dyslexie of dyscalculie heeft, kan de school extra begeleiding bieden. En uw kind mag dan extra hulpmiddelen gebruiken, of krijgt meer tijd voor toetsen. Vraag op school na hoe er omgegaan wordt met dyslexie en dyscalculie, of zoek het op in de schoolgids.

Sneller leren
Een kind dat veel sneller leert dan anderen, kan ook problemen  krijgen. Als het niet voldoende wordt uitgedaagd, kan het slechter gaan presteren. Begaafde of hoogbegaafde leerlingen  moeten de kans krijgen het beste uit zichzelf te halen. Dat is niet eenvoudig. De ene (hoog)begaafde leerling heeft voldoende aan aangepaste lesstof. De andere doet het beter in een groep met meer (hoog)begaafden. In het voortgezet onderwijs zijn scholen zelf verantwoordelijk voor onderwijs op maat. Vraag tijdens bijvoorbeeld een open dag naar de mogelijkheden van scholen.

Langdurig ziek
Is uw kind lang ziek, bijvoorbeeld een paar maanden? Dan moet de school moet onderwijs voor uw kind regelen. U kunt dit bespreken met de mentor. Hij bespreekt de situatie met de coördinator of met het zorg- en adviesteam (ZAT).

Om onderwijs te kunnen blijven geven aan uw kind kan de school hulp krijgen van het Haags Centrum voor Onderwijsadvies (HCO). Daar werken mensen die advies geven over onderwijs aan zieke kinderen. Het zijn de consulenten Onderwijs Zieke Leerlingen. Soms geven ze zelf les, soms adviseren ze anderen. De consulenten kunnen bij de lessen rekening houden met behandelingen of medicijngebruik. Ze zoeken ook naar speciale leermiddelen, zoals aangepaste computers. Daarnaast  weten ze veel van regels en wetten waar u mee te maken krijgt.

Wilt u weten wat een consulent Onderwijs Zieke Leerlingen voor u kan betekenen? Neem contact op met HCO via (070) 448 28 01.

Overstappen naar een andere school
Kan de school uw kind niet voldoende helpen bij leer- of gedragsproblemen? Misschien is een andere school beter voor uw kind. Dat kan een school voor speciaal voortgezet onderwijs zijn. Speciale scholen hebben kleinere groepen en meer deskundigen. Een commissie onderzoekt of uw kind een plek krijgt op een speciale school.